over Ouessantschapen

 Oorsprong:

Het Ouessantschaap ontleent haar naam aan het gelijknamige eiland voor de westkust van Bretagne, in de Atlantische oceaan gelegen eiland Ouessant. Het Ouessantschaap is het kleinste of een van de kleinste schapenrassen ter wereld en een typisch voorbeeld van ”Insular Dwarfism”, een verschijnsel dat voorkomt bij dierpopulaties, die generaties lang op een eiland of een sterk afgesloten gebied leefden onder zeer karige omstandigheden.

Het Ouessantschaap werd in
1971 in Nederland geïntroduceerd.

 

Verzorging:

 Het grasland

Globaal kunnen 3 Ouessantschapen worden gehouden op 10 are grond, inclusief de lammeren. Het is belangrijk de beschikbare oppervlakte in percelen te verdelen, waardoor de mogelijkheid bestaat de schapen per drie of vier weken om te weiden. De percelen zijn daarmee dan een aantal weken diervrij, wat gunstig is voor de wormbestrijding. Het is voorts belangrijk, dat steeds voldoende gras met een gevarieerde samenstelling beschikbaar is en gras met wat structuur.

Wintervoeding

Bij onbeperkte ruwvoedervoorziening, gras of hooi van redelijke kwaliteit met een voldoende gevarieerde samenstelling is het geven van krachtvoer nauwelijks noodzakelijk. Advies voor krachtvoergift: van november tot maart: per dier per dag 50 gram schapen- en 50 gram pulpbrok. Pulpbrok kan eventueel worden vervangen door lucerne- of grasbrok. Het beschikbaar houden van een liksteen of een mineralenblok strekt tot aanbeveling.

Gezondheidszorg

Gezonde dieren hebben geen diarree en zijn niet kreupel. Bekappen van de klauwen gelijk met het scheren en voor het dekseizoen begint. Ontwormen gelijk met het scheren, ook de lammeren. Verder alleen wanneer een dier diarree heeft.

Scheren

Het meest gewenste tijdstip is de eerste helft van juli. Zonodig na het scheren een behandeling toepassen tegen myiasis.

  

Rasbeschrijving:

Het Ouessantschaap is klein, rechthoekig en relatief hoogbenig gebouwd. Volwassen rammen wegen 20 kg. en hebben een schofthoogte van maximaal 49 cm. Volwassen ooien wegen 15 kg. en hebben een schofthoogte van maximaal 46 cm. Bij het Ouessantschaap komen in oorsprong 3 kleuren voor: zwart, wit en bruin (ofwel marron genoemd). De zwarte kleur overheerst, vooral in Frankrijk.


De wol is lang met een zeer dichte ondervacht, die bescherming biedt aan een ruw zeeklimaat. Het gewicht van de vacht varieert bij de rammen van
1,2 kg. tot 1,8 kg, bij de ooien van 1,0 kg. tot
1,5 kg. Het gewicht van de vacht is 10% van het levend gewicht. Het Ouessantschaap heeft hiermee per kilogram levend gewicht een zeer hoge wolopbrengst, de hoogste van de Franse schapenrassen.

Het bronstseizoen is kort, van oktober tot in januari. Eenjarige ooien werpen gewoonlijk in hetzelfde jaar. De ooien werpen overwegend 1 lam, bij uitzondering worden tweelingen geboren. Geboorteproblemen komen weinig voor en de lammeren zijn zeer vitaal. De ooien hebben zeer goede moedereigenschappen. Ouessantschapen zijn zeer sober, hebben een groot weerstandsvermogen tegen ziekten en stellen geen hoge eisen aan voeding en verzorging.

Kostenlose Homepage von Beepworld
 
Verantwortlich für den Inhalt dieser Seite ist ausschließlich der
Autor dieser Homepage, kontaktierbar über dieses Formular!